Historie
Van oudsher heeft Deurningen tot de parochie Oldenzaal behoord evenals de Lutte, Saasveld, Rossum en delen van Weerselo. Deze toestand heeft de Middeleeuwen door zo voortbestaan. Nadat in de beginjaren van de Hervorming, in de Tachtigjarige Oorlog, Oldenzaal nu eens door de Katholieken (Spaanse troepen) dan weer door de Protestanten (Staatse troepen) bezet is geweest, breekt er na het uiteindelijke vertrek van de Spaanse troepen in 1626 een moeilijke tijd aan voor de Katholieken in Twente. In de bekende Tweede Engelse Oorlog 1665-1667 werd Oldenzaal door de troepen van vorst-bisschop van M�nster, Bernhard van Galen, veroverd, zodat er voor de Katholieken in deze twee jaren wat meer vrijheid kwam. Het is dan ook in deze tijd (1665) dat de Lutte, Rossum, Deurningen en Saasveld zich afgescheiden hebben van de parochie Oldenzaal, Saasveld werd een zelfstandige statie met een eigen pastoor. Deurningen werd tot 1760 toe vanuit Saasveld bediend, vooral omdat in deze woelige tijden, waarin de beoefening van de Katholieke eredienst door de overheid belemmerd werd, de slotheren van Saasveld de Moederkerk trouw waren gebleven. De laatste afstammelingen van het Katholieke geslacht van de van Reede's, Maria en Francisca van Reede, verlieten Saasveld in 1740 om kanonikessen in de abdij Metelen te worden. De Saasveldse pastoor, Frans Davina, verlegde na enkele jaren zijn woonplaats naar Deurningen en zo is 1760 het jaar van het ontstaan van een zelfstandige parochie Deurningen geworden. Het is te begrijpen dat deze nieuwe parochie, indachtig haar nauwe banden met Oldenzaal, de H. Plechelmus als kerkpatroon koos. Saasveld wordt nu vanuit Deurningen bediend en wel tot 1809 als kapelaan G. van der Aa tot deservitor te Saasveld wordt benoemd. De weg van Deurningen naar Saasveld is nog bekend als de Heerdijk of Pastoordijk. In ongeveer dezelfde tijd (1755) begint er regelmatig een bedevaart vanuit Deurningen naar Stadlohn (nu onze partnergemeente) te trekken. Oldenzaal was er in 1749 mee begonnen naar aanleiding van een wonderbare genezing in Stadlohn. Uit een lijst uit 1778 weten wij ten tijde van de moeilijke positie van de Katholieken kerkhuizen waren. In de boerschap Dulder in het kerspel Oldenzaal een kerkschuur bij den huize Saasvelt, waarvan de R. Priester woont in de boerschap Deurige, wordende ook dienst gedaan in de boerschap Deurige in verscheiden boernhuisen als bij Scholte, Mol(e)man, Egberink, Camphuis, Wilthuis, Wieferink en Wierink: in de boerschap Hasselo bij Reimerink. Vooral op het erve Wilthuis wordt vaak gekerkt. In 1787 heeft de R.K. gemeente van Deurningen een memorieboek aangeschaft waaruit we het een en ander kunnen putten. De bouw van een pastorie was in die tijd eenvoudiger te verwezenlijken dan een kerk, waarvoor allerlei beperkende bepalingen golden. In 1781 is een pastoorshuis gereed gekomen. De grond had men gekocht, zoals te verwachten was, van het erve Wilthuis (eigenaar Gerrit Costerink of Kosters). In 1787 was de eerste kerk gereed. Onder het pastoraat van Albertus Teusse wordt de oude kerk afgebroken en door een nieuwe vervangen. Deze wordt op 18 november 1830 ingezegend. Pastoor Teusse heft het nog net allemaal mogen beleven, want op de tweede Kerstdag van hetzelfde jaar overleed hij. Helaas was de nieuwe kerk ondeugdelijk afgewerkt, zodat men daarover vele jaren getwist heeft. In 1856 wordt de kerk vergroot, twee zijarmen worden toegevoegd, waardoor de kerk in een kruiskerk veranderd, tevens wordt het plafond verhoogd. Maar omdat het bleef sukkelen met de kerk werden er plannen gemaakt voor een nieuwe kerk. Er werd al spoedig met de bouw begonnen, zodat de inzegening in 1912 kon plaats vinden. De bouwsom bedroeg f 52.700,-- met inbegrip van de toren.

